Papier liegt nooit: hoe schrijven mijn strategische denken scherper maakt
Photo: Rijksmuseum, CC0, via Wikimedia Commons
Er is een moment in elk strategietraject dat ik zowel vrees als verwen: het moment waarop ik mijn eerste versie op papier zet. Niet om te publiceren, niet om te presenteren — maar om te ontdekken hoe weinig ik er eigenlijk al van begrijp.
Want dat is de openbare geheim van ons vak: het idee dat je in je hoofd hebt voelt altijd briljant. Tot je het moet uitschrijven.
Het eerste concept is altijd de slechtste
Ik noem het zelf steevast 'versie nul'. Het document dat nog niemand heeft gezien, vol halve zinnen, tegenstrijdige logica en die ene alinea die je schrijft en waarna je denkt: dit klopt niet, maar ik weet nog niet waarom.
Veel organisaties zijn bang voor versie nul. Ze willen pas naar buiten als het af is, gepolijst, met een mooie presentatie en een logo in de hoek. Maar precies die polijst-fase is gevaarlijk. Een presentatie kan de afwezigheid van gedachte verhullen met vormgeving. Een tekst op papier kan dat veel moeilijker.
Schrijven is de goedkoopste kwaliteitscontrole die bestaat.
Waarom het papier de eerlijkste sparringpartner is
Als ik een adviesgesprek voer, kan ik met charme, tempo en oogcontact een zwakke redenering overeind houden. Het papier doet niet aan charme. Het papier staat gewoon dáár, en elke tegenstrijdigheid staat er dan ook, zwart op wit, naast de zin die hem had moeten oplossen.
Daarom is mijn werkwijze simpel en onverbloemlijk:
- Schrijf de eerste versie alsof niemand het leest. Geen retoriek, geen managementtaal. Gewoon: wat vinden we eigenlijk en waarom?
- Leg het weg. Een nacht slaap doet meer voor een strategie dan een brainstormsessie van drie uur.
- Lees hem als een criticus. Waar word ik zelf ongeduldig? Waar denk ik 'ja ja, maar'? Daar zit het zwakke punt.
- Herschrijf, niet bijwerk. Versie twee is geen versie één met andere woorden. Het is vaak een andere gedachte.
Pas als een tekst mij in stilte kan overtuigen, mag hij een zaal in.
De valkuil: presenteren wat je nog niet doorgrond
Ik zie het in bestuurskamers en directiekamers door heel Nederland gebeuren. De slide is klaar vóórdat de gedachte klaar is. Het verhaal klinkt overtuigend, maar bij de derde vraag van de raad van commissarissen begint het te schuiven. Niet omdat iemand iets verbergt, maar omdat de organisatie nog niet precies weet wat ze wil.
Schrijven had dat zes weken eerder aan het licht gebracht.
Het is geen toeval dat de beste strategiedocumenten die ik ken — van gemeentes, van mkb-bedrijven, van culturele instellingen — opvallen door hun eenvoud. Eenvoud is geen stijlkeuze. Eenvoud is het bewijs dat iemand ergens diep over heeft nagedacht en de moeite heeft genomen om de rommel weg te schrijven.
Een praktisch begin
Wil je hier morgen mee aan de slag? Nee, niet morgen. Vandaag, twintig minuten:
- Neem het strategievraagstuk waar jouw team nu over discussieert.
- Schrijf in maximaal één A4 op wat jullie eigenlijk voorstellen en waarom.
- Verbied jezelf de woorden 'synergie', 'ambitie' en 'krachtig'.
- Lees het terug en markeer elke zin die je niet honderd procent met overtuiging zou verdedigen tegen een sceptische directeurlid.
Wat overblijft, is je echte strategie. Waarschijnlijk korter dan je dacht. Vrijwel zeker eerlijker.
Schrijven is geen opsmuk van het strategische werk. Het ís het strategische werk. En versie nul, die slechtste van alle versies, is de waardevolste die je hebt — want zonder haar bestaan de betere niet.